Ontslagvergoeding

Als de arbeidsovereenkomst op initiatief van de werkgever wordt beëindigd, heeft u als werknemer in de meeste gevallen recht op een ontslagvergoeding. Deze vergoeding wordt ook wel gouden handdruk, vertrekpremie, ontslagvergoeding, beeïndigingsvergoeding of exitregeling genoemd.

De hoogte van de ontslagvergoeding kan tussen de werknemer en de werkgever onderling worden overeengekomen, bijvoorbeeld nadat de werknemer en de werkgever daar (bijvoorbeeld via Allied Advocaten) over onderhandeld hebben. Hebben partijen over de hoogte van de ontslagvergoeding geen afspraken kunnen maken, dan is het de kantonrechter, die nadat hij heeft bepaald dat de arbeidsovereenkomst dient te eindigen, ook ten gunste van de werknemer kan bepalen dat de werkgever aan de werknemer een vergoeding dient te betalen vanwege het verlies van de dienstbetrekking.

Het UWV WERKbedrijf kan geen ontslagvergoeding vaststellen. Als de werknemer na de ontslagprocedure bij het UWV WERKBEDRIJF meent aanspraak te kunnen maken op een ontslagvergoeding, zal een aparte procedure bij de kantonrechter moeten worden gestart, een zogenaamde procedure wegens kennelijk onredelijk ontslag.

Bij het bepalen van de hoogte van de vergoeding zijn de navolgende omstandigheden van belang:

  • Is het de schuld van de werkgever of van de werknemer dat de arbeidsovereenkomst komt te eindigen?
  • Heeft de werknemer altijd goed gefunctioneerd?
  • Hoe lang heeft de arbeidsrelatie geduurd?
  • Hoe oud is de werknemer?
  • Hoe goed of slecht zijn voor de werknemer de kansen op de arbeidsmarkt?
  • Wat is de functie van de werknemer?
  • Wat is de hoogte van het salaris van de werknemer?


Bij het bepalen van de hoogte van de ontslagvergoeding, die aan de werknemer dient toe te komen, wordt veelal de zogenaamde kantonrechtersformule gehanteerd.

De kantonrechtersformule

In 1996 heeft de Kring van Kantonrechters een formule vastgesteld om op die wijze kantonrechters in het hele land een instrument aan te reiken om op gelijke wijze de hoogte van de ontslagvergoeding te berekenen. Deze berekeningswijze wordt ook wel “de landelijke kantonrechtersformule” genoemd. In 2009 is de kantonrechtersformule aangepast.

De kantonrechtersformule luidt als volgt; A x B x C = de vergoeding.

A= het aantal gewogen dienstjaren
Voor de berekening van A worden de jaren dat de in dienst is afgerond op hele jaren. Daarbij worden dienstjaren boven het 55ste levensjaar voor 2 geteld, dienstjaren boven het 45ste levensjaar voor 1½, dienstjaren boven het 35ste levensjaar voor 1 en overige dienstjaren voor ½.

Als 56 jaar bent en een dienstverband kent van 22½ jaren hebt u dus (1 x 2) + (10 x 1½) + (10 x 1) + (2 x ½) = 28 gewogen dienstjaren.

B= beloning
Bij de berekening van B gaat de kantonrechter uit van het maandelijks bruto salaris, vermeerderd met 8% vakantietoeslag, een eventuele dertiende maand en structurele winstdelingen. Andere, met name secundaire arbeidsvoorwaarden (auto van de zaak, pensioenpremie, onkostenvergoeding, telefoon etc.)
spelen bij het berekenen van B geen rol.

C= de correctiefactor
De C is 0 (nul) indien de kantonrechter van mening is dat aan de werknemer geen vergoeding dient toe te komen, bijvoorbeeld in geval van ernstig disfunctioneren. In het merendeel van de gevallen ligt de C echter rond de 1 (één). Door het verhogen of verlagen van de correctiefactor kan de kantonrechter laten meewegen in welke mate hij vindt dat het ontslag aan de werkgever of werknemer te verwijten valt.

voorbeeld
De heer Jansen is 52 jaar en werkt 12 jaar in een magazijn. Zijn salaris bedraagt € 2.000 per maand exclusief 8% vakantietoeslag. Binnen het bedrijf waar de heer Jansen werkt vindt een reorganisatie plaats waardoor zijn functie komt te vervallen. De berekening van de aan de heer Jansen toekomende vergoeding is volgens de kantonrechtersformule als volgt:

A = (7 x 1½) + (5 x 1) = 15½

B = € 2.000 + € 160 (8% vakantietoeslag) = € 2.160 per maand

C= 1

De ontslagvergoeding bedraagt dus 15½ x € 2.160 x 1 = € 33.480 bruto.

De wijze waarop de ontslagvergoeding kan worden uitgekeerd en de fiscale gevolgen hiervan, wordt besproken in het hoofdstuk de afronding van het dienstverband.